MenuZoek
Zien & doen

Herenstraat 1

Tolgaarderswoning gebouwd in 1814 in opdracht van de stad Utrecht, doordat in 1811 keizer Napoleon de weg Utrecht-Jutphaas-Vreeswijk verhief tot onderdeel van de route Amsterdam-Parijs. Hierdoor werd de weg bestraat en werd er tol gevraagd die drie maal hoger was dan andere tollen in Utrecht. 
 
Vanaf het begin van de 20e eeuw is actie gevoerd tegen de Jutphase tol (overigens ook tegen de Vreeswijkse tol). Die acties waren in Jutphaas overigens niet alleen door de kerkgangers. Vooral ook de boeren die met hun producten naar de Utrechtse markt trokken, verzetten zicht stevig. Bij de bestorming van de tol op 30 december 1930 is zelfs geschoten. Toen ook werden de tolbomen afgezaagd en in de Vaartserijn gegooid. 
 
Een andere actie tegen de tol had een meer ludiek karakter. Voor elk passerend voertuig moest 15 cent tolgeld worden betaald. Mensen uit Vreeswijk, IJsselstein en Jutphaas spraken dan af om met velen tegelijk door Jutphaas te trekken en elke bestuurder betaalde zijn 15 centen tolgeld dan met een briefje van 25 gulden. De wanhopige tolgaarder was dan snel door zijn wisselgeld heen en zette in arrenmoede dan de tol maar open.
 
Overigens had de Jutphase tolgaarder rond de jaren twintig van de 20e eeuw als bijverdienste het verkopen van benzine. De eerste benzinepomp van Jutphaas stond voor de tolgaarderswoning en de tank lag voor de voorgevel.